Wet en regelgeving

Jongerenparticipatie kun je vanuit verschillende perspectieven benaderen:

1. Juridisch perspectief

Jongerenparticipatie is niet alleen leuk en nuttig voor jongeren en hun omgeving, het is daadwerkelijk een vastgelegd recht in het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind. In artikel 12 en 13 van dit verdrag is vastgelegd dat kinderen en jongeren het recht hebben om hun mening te geven, mee te praten en mee te beslissen voor hun leefomgeving. Het juridische perspectief werkt vanuit dit recht van kinderen en jongeren op participatie. Jeugdigen moeten vanuit dit recht in staat gesteld worden zich vrij te uiten en te ontwikkelen door eigenwaarde op te bouwen, en kennis en vaardigheden op te doen (Coyne 2008). Kinderen en jongeren gestimuleerd worden om zich vrij te uiten en moet hun mening gerespecteerd en meegenomen worden in zaken die hen aangaan. Dat zijn de uitgangspunten van het juridisch perspectief.

2. Beleidsmatig perspectief

Het beleidsmatig perspectief houdt in dat gemeenten en bijvoorbeeld onderwijsinstellingen op verschillende manieren verplicht zijn burgers en/ of jongeren te betrekken bij het vormgeven van beleid. Door met jongeren te praten kan inzicht verkregen worden in de problemen, wensen en behoeften van deze groep en kan het beleid hier zoveel mogelijk op worden toegesneden. SCP, Gilsing 2005.

Rijksbeleid

Jongeren moeten, ongeacht culturele achtergrond of beperking, in staat zijn om mee te denken en mee te beslissen en vooral mee te doen in Nederland. Dit moet geen uitzondering zijn, maar regel. Volwassenen kunnen niet altijd denken en leven zoals jongeren, daarom dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van de kracht van jongeren zelf om andere jongeren te stimuleren en te motiveren en waar nodig aan te spreken. Zo stelde het Rijksbeleid van het programministerie voor Jeugd en Gezin: alle kansen voor alle kinderen programma jeugd en gezin 2007 - 2011

Welzijn Nieuwe Stijl

Het landelijke programma ‘Welzijn Nieuwe Stijl’ moet een stimulans voor gemeenten zijn om de mogelijkheden van de WMO ten volle te benutten. Welzijn Nieuwe Stijl kent acht bakens (kenmerken). Aan de hand van deze bakens kan de kwaliteit van de welzijnssector verder ontwikkeld worden. De 8 bakens van Welzijn Nieuwe Stijl zijn:1. gericht op de vraag achter de vraag; 2. gebaseerd op de eigen kracht van de burger; 3. direct er op af; 4. formeel en informeel in optimale verhouding; 5. doordachte balans van collectief en individueel; 6. integraal werken; 7. niet vrijblijvend, maar resultaatgericht; 8. gebaseerd op ruimte voor de professional.

WMO

Het betrekken van jongeren bij het beleid van de gemeente is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Jongeren moeten de gemeenten weten te vinden, maar andersom moeten gemeenten een actieve bijdrage leveren aan het betrekken van jongeren(organisaties) bij specifieke besluitvorming bij zaken die hen direct aangaan.  Daarnaast kunnen jongeren aan de WMO-prestatievelden bijdragen op de volgende manieren: 1. Sociale samenhang/leefbaarheid in buurt en wijk Activiteiten met en voor jongeren in de wijk, samenbrengen jong/oud, onderhoud tuinen/speelplekken 2. Preventiegerichte ondersteuning van jeugd Positieve benadering: jongeren ondersteunen jongeren, huiswerkprojecten 3. Informatie, advies en cliëntenondersteuning Peer education via GGD, maar bijvoorbeeld ook COC, delinquentie en samenleving 4. Ondersteunen van mantelzorg en vrijwilligers In de sectoren sport, cultuur, milieu en natuur, belangenbehartiging, zorg. Door het meedoen aan vrijwilligerswerk ontwikkelen jongeren sociale bindingen, vaardigheden en meer zelfvertrouwen. Dit draagt bij aan aan de inzet van jongeren bij het welslagen van de WMO: ‘er is een duidelijke samenhang tussen het op jonge leeftijd actief zijn en het participeren op latere leeftijd’. 5. Het bevorderen van de participatie van mensen met beperkingen. Maatjesprojecten, sportactiviteiten met gehandicapte jongeren 6. Verlenen van voorzieningen aan mensen met beperkingen 7, 8 en 9. Maatschappelijke Opvang/Verslavingszorg/OGGZ Activiteiten voor/met dak- en thuislozen (MOVISIE, presentatie congres jongerenparticipatie, 2009)

Vrijwillige inzet

Movisie gaat uit van jongerenparticipatie door middel van vrijwillige inzet. Door het participeren in, en organiseren van activiteiten, maken jongeren kennis met vrijwillige inzet. Ze ondernemen zelf actie en ervaren dat het leuk is om niet alleen consument, maar om ook producent van hun eigen omgeving te zijn. Jongeren leren organiseren en (mede)verantwoordelijkheid te nemen.

Maatschappelijk Stage

De overheid wil jongeren graag meer betrekken bij de maatschappij en hen bewust maken van de positieve invloed die zij op hun directe omgeving kunnen hebben. Met maatschappelijke stage leren jongeren die omgeving op een andere manier kennen en maken ze kennis met nut en noodzaak van vrijwilligerswerk. Met deze stages wordt primair beoogd dat alle jongeren tijdens hun schooltijd kennis maken met en een bijdrage leveren aan de samenleving. Het is de intentie om de maatschappelijke betrokkenheid, sociale integratie en het besef van waarden en normen te vergroten, actief burgerschap en het nemen van verantwoordelijkheid voor de samenleving te stimuleren. Vanaf schooljaar 2011-2012 is de invoering van maatschappelijke stage verplicht in het praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo.

Wet van de medezeggenschap

De wet medezeggenschap op scholen (WMS) regelt het bestaan van medezeggenschapsraden (MR'en) van scholen in het primair en voortgezet onderwijs in Nederland. De wet is in werking getreden op 1 januari 2007.

3. Educatief-/ontwikkelingsperspectief

Naast het juridisch perspectief is er ook het educatief perspectief op jeugdparticipatie. Vanuit dit perspectief bezien draagt jeugdparticipatie bij aan de ontwikkeling van jongeren en heeft participatie een educatieve functie. Door deelname in verschillende vormen van participatie dragen jongeren actief bij aan de samenleving en kunnen zij zich ontwikkelen tot bewuste burgers die zich betrokken voelen bij de samenleving. Participatie zorgt ervoor dat jongeren vaardigheden eigen maken, kennis opdoen en zich zowel persoonlijk als sociaal ontwikkelen (Gilsing 2005; De Winter 2005; Checkoway 2011). Hierbij kan gedacht worden aan het ontwikkelen van zelfvertrouwen, zelfrespect en sociale verantwoordelijkheid, maar bijvoorbeeld ook aan mogelijk positieve effecten van participatie op psychosociaal welzijn, schoolprestaties, sociale verbondenheid en kritisch denken (Checkoway 2011; De Winter 2005). Participatie is vanuit dit perspectief dus een educatief proces dat bijdraagt aan de ontwikkeling van jongeren tot actieve, welbewuste en betrokken burgers. Het educatief en juridisch perspectief hebben gemeen dat zij het beiden hebben over de mogelijkheden van jeugdigen om zich te ontwikkelen. Bij het juridisch perspectief is het uitgangspunt echter het recht van een jongeren op participatie, terwijl het educatief perspectief de ontwikkeling en educatie van jongeren echt het uitgangspunt is voor jongerenparticipatie.

joomla template 1.6